NIEUWSBRIEF APRIL 2010Uitponden onroerende zaken: belast in box 1 of box 3? Een DGA koopt met zijn BV winkelruimtes met daarboven appartementen. De appartementen worden – na splitsing – eigendom in privé van de DGA. Wanneer de huur door huurders wordt opgezegd, worden de appartementen door de DGA met winst verkocht. De inspecteur vond dit belaste winst (box 1, maximaal 52% IB), doch de DGA merkte dit als onbelast aan (box 3, vermogensrendementsheffing).
Onze hoogste belastingrechter besliste dat het ‘uitponden van onroerende zaken’ niet zonder meer leidt tot belastbare arbeidsinkomsten (box 1), maar dat dit wel het geval kan zijn als sprake is van: - werkzaamheden die naar aard en omvang zijn gericht op behalen van (te verwachten) voordelen die een rendement dat past bij normaal vermogensbeheer (box 3) te boven gaan; - bijzondere kennis (bevriende makelaar bijv.) ertoe heeft bijgedragen dat een voordeel is behaald met de transacties
De stellingen van de inspecteur (o.a. DGA voerde een actief huurbeëindiging beleid, er was met vreemd vermogen gefinancierd, DGA had een netwerk op de markt) werden als onvoldoende bewezen door de rechter van de hand gewezen, zodat de verkoopopbrengsten inderdaad onbelast waren (box 3).
Hieruit blijkt weer eens dat het sterk van de feiten en omstandigheden afhankelijk is of dergelijke vastgoedtransacties tot belastbaar resultaat in box 1 leiden. Louter het splitsen in appartementsrechten en het aanwenden van diensten van een bevriende makelaar leidt in deze zaak dus niet tot belastingheffing in box 1. Duidelijk mag zijn dat de door de inspecteur geserveerde soep niet zo heet wordt gegeten als deze wordt opgediend. Wees dus kritisch op standpunten van de inspecteur, nu er meestal – zo ook hier – nog wel het nodige tegenover kan worden gezet.
Nederlandse Besluit Uitsluiting Aftrek (BUA) niet in strijd met EU regelgeving Het Besluit Uitsluiting Aftrek (BUA) voorziet in een aftrekuitsluiting voor de omzetbelasting (OB) op uitgaven voor relatiegeschenken en personeelsverstrekkingen, die gratis of beneden kostprijs ter beschikking worden gesteld en in feite een consumptief privé karakter dragen. Omdat het BUA Nederlandse regelgeving is, is het EU Hof van Justitie gevraagd of deze regeling niet strijdig is met de EU wetgeving. Aan het EU Hof zijn behalve relatiegeschenken, de volgende specifieke categorieën personeelsverstrekkingen ter beoordeling voorgelegd: - privé vervoer; - verstrekking van spijzen en dranken; - verlenen van huisvesting; - geven van gelegenheid tot sport en ontspanning
In afwachting van de uitspraak hebben veel ondernemers bezwaar gemaakt tegen BUA correcties of helemaal geen BUA correctie aangegeven. Hierover hebben wij ook eerder bericht.
Het EU Hof heeft deze week beslist dat het BUA niet in strijd is met Europese wetgeving. Dit betekent dat Nederlandse ondernemers de OB op een groot aantal personeelsverstrekkingen inderdaad niet in aftrek kunnen brengen. Met de uitspraak van het EU Hof is eindelijk duidelijkheid gekomen. Voor lopende bezwaarprocedures is de verwachting dat de belastingdienst deze binnenkort zal afwikkelen. De ondernemers zal gevraagd worden om intrekking van het bezwaar of, indien intrekking niet gewenst is, nadere motivering van het bezwaar. Naar aanleiding van de uitspraak van het EU Hof lijkt aanhouding van lopende bezwaarprocedures in zijn algemeenheid niet zinvol.
Stem nader met uw contactpersoon bij ons af indien u binnenkort een reactie van de fiscus krijgt op het eerder ingediende bezwaarschrift betreffende het BUA. Zo kan worden bezien of het nuttig is om het bezwaarschrift aan te houden.
Bij vragen over een van de voormelde onderwerpen, kunt u uiteraard contact opnemen met uw contactpersoon bij Van Huffelen & Meenink.
Met vriendelijke groet, Tom van Benthem Hans Jansen
|